Zoals elk jaar probeer ik er, samen met Johan, toch zeker een weekje tussenuit te knijpen. Er gaat gewoon niets boven een week, ver van alle gewoontes en verplichtingen! Dit jaar hadden we voor de Ardèche gekozen. Dit is een streek in Frankrijk waarin de rivier l’Ardèche stroomt en de Rhône één van de grenzen van het gebied afbakend. Onze gîte bevond zich in het dorpje Alba-la-Romaine (tussen Plateau du Coiron en Plateau des Gras). Een klein, gezellig, proper en zeer vriendelijk dorpje waar een bakker, slager en kruidenier lagen voor onze basisbehoeften. De echte supermarkt lag 5km verderop dus dat was ook nog goed te doen.

De gîte was zeker een aanrader. Gezellig, voldoende ruimte, groot terras, zwembad en proper. Het bed had wel een nadeel: de lengte was 1m90 en aan het voeteinde stond een plank die ervoor zorgde dat vooral Johan geen blijf met zijn voeten wist. Maar daarbuiten waren we heel tevreden! Er stond zelfs een fles water en appelsap voor ons koud toen we aankwamen zodat we, in die warme temperaturen, ook meteen iets fris konden drinken na zo een lange rit. Dus dat maakte dan ook weer dat ze een grote plus kregen op gastvrijheid. In totaal bezitten ze twee gîtes en deze zijn aan de achterkant van hun “domein” gelegen zodat je hun ’s avonds ook niet wakker houdt als het eens wat bont gemaakt wordt. En alleen al vanop ons terras was het uitzicht prachtig:

Op de dag van aankomst hebben we niet erg veel meer gedaan. We zijn boodschappen gaan doen zodat we iets in huis hadden voor de komende dagen, hebben iets gegeten en zijn daarna eigenlijk gewoon in slaap gevallen. Een nachtrit laat toch zijn sporen na…
De tweede dag zijn we ’s ochtends naar de markt in Alba geweest. Een klein marktje met streekproducten. Wel leuk dus. Ik kocht er geitenkaas (die me toch iets te straf was) en een bosbessentaart (zoals ze hier niet betsaat). Daarna zijn we, via de Trotter, de leukste dorpjes in de buurt gaan bezoeken. Als eerste kozen we voor Rochemaure. Klein, oud en gezllig dorpje met een kasteel bovenop de berg. In het dorpje stond een pijltje “Chateau 0,50km”. We besloten om dit pad te nemen en na 200m had ik al spijt
Die 500m was goed omhoog en in volle zon niet te onderschatten. Maar toen was ik toch ook al weer te hoog om nog op te geven dus wandelden we verder. Helaas was het toen 13u30 en het kasteel ging pas terug open om 15u. We hebben dus enkel de buitenkant gezien, maar dankzij het mooie uitzicht vanop die hoogte was het de klim toch waard.

Terug beneden werd Sceautres het volgende dorpje. Dit was echt maar een scheet groot. Zelfs geen mogelijkheid om drinken te kopen en dat werd ons toch wel zwaar. We hadden namelijk niet aan eigen drinken gedacht en de zon scheen toch hard genoeg om je dorst te doen krijgen (zeker met al dat klimmen). Sceautres staat bekend voor zijn vulkanisch overblijfsel (basalt). Johan is omhoog gegaan, ik ben blijven zitten op een stoeltje dat daar wat verloren stond.

Met vreselijke dorst trokken we als laatste stop naar Mirabel. Gelukkig hadden ze daar wel al van een bar gehoord en een dure Ice Tea heeft me nog nooit zo gesmaakt! In Mirabel bevindt zich een gekke blokkenformatie. Eén blok is een rots die horizontaal over het dorp uitsteekt. De andere blok is een toren die verticaal op die rots staat. Vooral van ver wel vreemd om te zien. In dit dorpje ben ik dan nog maar eens mee naar boven geklommen waar we alweer een mooi uitzicht op de streek hadden. In de auto besloot ik dat we maar genoeg geklommen hadden voor deze week

Dag drie stond in het teken van de Gorge de l’Ardèche. Langst de Ardèche loopt een vreselijk kronkelende weg die je vanop verschillende hoogtes en laagtes zeer mooie uitzichten geeft. Stop niet zomaar langst de kant, want dat is levensgevaarlijk! Er zijn voldoende parkeerplaatsen voorzien om alle toeristen zo nu en dan eens uit de auto te laten stappen om wet foto’s te nemen. En foto’s dat er genomen werden! Dit is een exemplaartje van ons beeldmateriaal:

Na een lange rit (want je bent echt wel wat uren zoet) gingen we ook even naar Pont St. Esprit. Wat een mooie verwachting was, bleek een vies, vuil en slordig dorp. Een halfuur en we zaten alweer in de auto, huiswaarts…
De dag erna (dag 4) zijn we eerst een beetje tam gebleven. Vooral Johan was erg murf omwille van het bed en dus deden we nog enkele dutjes. Tegen 15u vond ik het welletjes en overtuigde ik hem om toch nog iets te doen die dag en naar Montélimar te gaan. Montélimar is gekend om zijn nougat en dus kochten we nougat
Een reep zachte, harde en met cranberries in. Nougat van daar is niet te vergelijken met de nougat hier in de winkel. Er zitten veel meer ingrediënten in de nougat van ginder wat hem ook veel lekkerder maakt. Bijvoorbeeld pistachenoten zijn een basisingrediënt van de nougat in Montélimar en dat vind je er hier niet in terug (jammer!). Die met cranberries was zo wat frisser en toch wel lekker. ’s Avonds aten we iets in Méli Mélo, een bio-restaurantje in Montélimar met een mooi terras op de binnenkoer zodat je wel buiten kon eten, maar niet tussen de voorbijgangers zat. En omdat er Bio voorstond, leek het ook wel eens wat anders als altijd. Het was inderdaad anders, maar gelukkig ook lekker

De rest van de vakantie zet ik verder deze week in een nieuw bericht zodat de lengte toch nog aangenaam om te lezen blijft.